Module 4 · Voor welke cliënten is eHealth geschikt?

Casusbeoordeling in intervisie

Groepsoefening — intervisie (3–8 behandelaars) · Circa 45–60 minuten

GGZ Innovatie Academy

Over deze oefening

Klinisch redeneren over de inzet van eHealth bij specifieke doelgroepen doe je zelden alleen. In een team of intervisiegroep komen verschillende perspectieven samen: ervaringen van collega's, twijfels die je zelf niet had en oplossingen die je niet had bedacht.

Deze oefening biedt drie casussen die elk een andere doelgroep vertegenwoordigen. Per casus bespreek je met je team of intervisiegroep welke afwegingen je maakt, hoe je de schaal instelt en welke eerste stap passend is.

Er zijn geen goede of foute antwoorden: het gaat om het redeneerproces, niet om de uitkomst.

De oefening is geschikt voor een intervisiegroep van drie tot acht behandelaars en duurt circa vijfenveertig tot zestig minuten.

Werkwijze

Lees de drie casussen individueel door.

Beantwoord de reflectievragen per casus.

Bespreek de casussen in de groep.

Formuleer gezamenlijke aanbevelingen.

Aan de slag

Casus 1 — Sem (10 jaar)

Angstklachten en vermijdingsgedrag

Sem is tien jaar en wordt behandeld voor een angststoornis met veel vermijdingsgedrag. Hij vermijdt schoolsituaties, spreekbeurten en contact met onbekende kinderen. De behandeling bestaat uit CGT met exposure. Sem is slim en begrijpt goed wat er met hem aan de hand is, maar vindt het moeilijk om over zijn gevoelens te praten. Hij is dol op games en speelt veel tijd achter zijn tablet.

Zijn moeder is betrokken en ondersteunend maar heeft het druk met drie kinderen en een parttime baan. Ze vraagt of er "iets via de tablet" kan zodat Sem ook buiten de sessie kan oefenen. Zijn vader is sceptisch: "We geven hem toch al genoeg schermtijd."

De behandelaar twijfelt: Sem lijkt digitaal vaardig genoeg maar de thuissituatie vraagt om realistische verwachtingen over ouderbetrokkenheid.

Gespreksrichtlijn voor de intervisiegroep

  • Bespreek eerst individueel welke tool of aanpak je zou kiezen.
  • Vergelijk daarna de keuzes: waar zijn jullie het eens, waar niet?
  • Bespreek specifiek hoe jullie omgaan met de scepsis van de vader en wat dat betekent voor de introductie van eHealth.
  • Sluit af met één concrete aanbeveling voor de behandelaar.

Casus 2 — Nour (18 jaar)

Depressieve klachten en sociaal isolement

Nour is achttien jaar en wordt behandeld voor depressieve klachten en toenemend sociaal isolement. Ze heeft zich teruggetrokken uit haar vriendengroep, gaat niet meer naar school en brengt het grootste deel van de dag door in haar kamer. Ze gebruikt haar telefoon veel maar zegt zelf dat ze er "niets aan heeft".

Ze staat ambivalent tegenover de behandeling: ze wil wel verandering maar gokt er niet in dat het gaat lukken. Haar motivatie fluctueert sterk: de ene sessie is ze open en gemotiveerd, de andere sessie wil ze eigenlijk helemaal niet meer komen.

Haar ouders maken zich grote zorgen en willen graag betrokken worden. Nour wil dat juist niet: "Dit is mijn behandeling, niet die van hen."

De behandelaar ziet kansen voor eHealth bij gedragsactivatie maar twijfelt over de timing: is Nour nu klaar voor een extra stap, of vraagt haar huidige toestand om meer stabilisatie eerst?

Gespreksrichtlijn voor de intervisiegroep

  • Bespreek eerst de vraag over timing: wanneer is iemand klaar voor eHealth en wie bepaalt dat?
  • Bespreek daarna de kwestie van ouderbetrokkenheid: hoe ga je om met de spanning tussen wat ouders willen en wat de jongere wil?
  • Sluit af met een gezamenlijke formulering van de openingszin die je zou gebruiken om eHealth bij Nour te introduceren.

Casus 3 — Henk (66 jaar)

Depressie en digitale onzekerheid

Henk is zesenzestig jaar en wordt behandeld voor een eerste depressieve episode na zijn vroegpensioen. Hij ervaart een verlies van structuur en zingeving en kampt met somberheid, slaapproblemen en piekeren. Hij is gemotiveerd voor de behandeling en werkt actief mee.

Hij heeft een smartphone maar gebruikt die voornamelijk voor bellen en WhatsApp. Hij heeft nog nooit een app gedownload en zegt: "Ik ben niet zo handig met die dingen." Zijn vrouw (63) is zorgzaam en betrokken en zou hem willen helpen als dat mag.

De behandelaar denkt dat eHealth hem kan ondersteunen bij het opbouwen van ritme en het verminderen van piekergedachten maar weet niet goed hoe te starten zonder Henk te overweldigen.

Gespreksrichtlijn voor de intervisiegroep

  • Bespreek hoe jullie digitale onzekerheid benaderen in de eerste sessies.
  • Welke stappen en hulpmiddelen werken in jullie ervaring het best?
  • Bespreek ook hoe jullie de partner betrekken op een manier die ondersteunend is, niet overnemend.
  • Sluit af met één praktische tip die Henk en zijn vrouw direct helpt.

Overkoepelende reflectie

Afsluiting van de intervisiebespreking

Teamafspraak

Antwoorden op deze pagina blijven alleen lokaal in je browser bewaard.