Inleiding
Kies bij voorkeur een cliënt waarbij je twijfelt of eHealth geschikt is, of waarbij je eHealth nog niet hebt ingezet maar wel hebt overwogen. Juist bij twijfel levert deze oefening het meeste op.
Kennis over indicatiestelling voor blended care krijgt pas waarde als je het toepast op een cliënt die je morgen ziet. In deze oefening kies je één cliënt uit je huidige caseload en doorloop je de vijf afwegingsvragen.
Je sluit af met een concreet plan voor de inzet van eHealth bij die cliënt en een eerste stap die je de komende week zet.
Hoofdstuk 1
Schrijf een korte beschrijving van de cliënt zonder naam of herleidbare informatie: klachten, behandeldoel, fase van de behandeling en eventuele relevante context.
Hoofdstuk 2
Hoe zou je de belastbaarheid van deze cliënt op dit moment omschrijven? Denk aan concentratie, energie en het vermogen om tussen sessies zelfstandig aan de behandeling te werken.
Wat betekent dit voor de hoeveelheid en intensiteit van de online component?
Hoofdstuk 3
Hoe schat je de digitale vaardigheden van deze cliënt in? En in hoeverre kan de cliënt de inhoud van een module begrijpen en koppelen aan de eigen situatie?
Welke aanpassingen zijn nodig om de module toegankelijk te maken voor deze cliënt?
Hoofdstuk 4
Hoe staat deze cliënt tegenover eHealth? Is er openheid, ambivalentie of weerstand? En wat is de reden daarvan?
Hoe kun je de motivatie vergroten of bezwaren adresseren?
Hoofdstuk 5
Welke klinische aandachtspunten spelen mee? Denk aan klachtenernst, suïciderisico, psychotische kwetsbaarheid, trauma, LVB of verslaving.
Wat betekent dit voor de inzet van eHealth en welke voorzorgsmaatregelen zijn nodig?
Hoofdstuk 6
Hoeveel behoefte heeft deze cliënt aan direct menselijk contact? Heeft deze cliënt meer of minder behoefte aan contact dan gemiddeld?
Wat betekent dit voor de verhouding tussen online en face-to-face?
Hoofdstuk 7
Op basis van de vijf vragen: welke vorm van blended care past het best bij deze cliënt op dit moment?
Wat is de onderbouwing van je keuze?
Hoofdstuk 8
Welke module of tool ga je inzetten en waarom past die bij het behandeldoel van deze cliënt?
Hoe introduceer je eHealth bij deze cliënt? Schrijf de openingszin die je zou gebruiken: iets wat aansluit bij wat de cliënt zelf heeft gezegd of bij een concreet moment in de behandeling.
Welke aanpassingen maak je om de module toegankelijk te maken voor deze cliënt?
Wanneer evalueer je de inzet van eHealth voor het eerst?
Hoofdstuk 9
Formuleer één concrete eerste stap die je de komende week zet. Niet een plan maar een actie.
Mijn eerste stap is:
Bij deze cliënt:
Ik doe dit op:
Hoofdstuk 10
Vul dit deel in nadat je de eerste stap hebt gezet.
Hoe reageerde de cliënt op de introductie van eHealth?
Wat verliep anders dan je verwachtte?
Wat neem je mee naar de volgende keer?
Module 4 · Voor welke cliënten is eHealth geschikt?
Individuele praktijkoefening — cliëntgerichte afweging · Circa 20–25 minuten

Over deze oefening
Kennis over indicatiestelling voor blended care krijgt pas waarde als je het toepast op een cliënt die je morgen ziet. In deze oefening kies je één cliënt uit je huidige caseload en doorloop je de vijf afwegingsvragen.
Je sluit af met een concreet plan voor de inzet van eHealth bij die cliënt en een eerste stap die je de komende week zet.
Tip
Kies bij voorkeur een cliënt waarbij je twijfelt of eHealth geschikt is, of waarbij je eHealth nog niet hebt ingezet maar wel hebt overwogen. Juist bij twijfel levert deze oefening het meeste op.
Aan de slag
Op basis van de vijf vragen: welke vorm van blended care past het best bij deze cliënt op dit moment?
Formuleer één concrete eerste stap die je de komende week zet. Niet een plan maar een actie.
Vul dit deel in nadat je de eerste stap hebt gezet.
Je antwoorden op deze pagina blijven alleen lokaal in je browser bewaard.